Ed was niet blind, hij zag alleen niet veel. Zo zag hij bijvoorbeeld de buurvrouw niet, die vanuit haar balkon zijn bloemen water gaf. Ed zag het wel, dat ze bloemen water gaf. Hij zag alleen niet de glimlach die de buurvrouw hem gaf. Daarom keek hij weg, naar de lucht en telde de vogels die hij zag.

Ed liep iedere ochtend naar de bakker op de hoek. Daar nam hij plaats op het stoeltje voor de deur en sloeg zijn ene been over de ander. Soms mompelde hij eerst goedendag naar de oude vrouw achter de toonbank, maar niet altijd. Daarna las hij hier de krant, onder het genot van een kopje koffie. Af en toe nam hij er nog een, alleen als er een interessant stuk in de krant stond. De oude vrouw zette soms een puddingbroodje naast zijn kopje, maar dat zag Ed nooit. Hij at het alleen maar op en roerde nog een zakje suiker door zijn koffie.

Het was niet zo dat Ed niet kon zien, nee, hij zag de tegels waar hij zijn voeten op zette. Hij zag ook de ijskast met de flessen melk erin. Of de ietwat droge sneden brood. Drie sneetjes legde hij op een houten plank en sneed plakjes kaas. Keurig legde hij deze op de boterhammen. Onderuit de ijskast pakte hij een doosje met verse aardbeien en sneed ze in plakjes. Hij verdeelde de deeltjes aardbei over de kaasplakjes. Tevreden liep hij met de broodplank in zijn handen naar het balkon. Daar at hij de boterhammen op, een voor een. Ieder kruimeltje at hij na met een natte vinger. Hij keek tevreden voor zich uit. De kat van de buren keek tevreden met hem mee, maar dat zag Ed niet. Ed zag de kat wel zitten, net iets hoger verderop, op de balustrade van de bovenburen. Ksst zei Ed tegen de kat. De kat zei niets.

Als Ed een fles melk leeg had gedronken, zette hij de fles net buiten zijn appartement. In de hal, om het hoekje bij zijn voordeur. Daar werden ze opgehaald en dan stonden er even later weer volle voor in de plaats. Ed zag niet dat zijn buurvrouw iedere donderdag naar de melkboer ging en daar de lege flessen liet vullen. Iedere week weer pakte ze met een glimlach de lege flessen die verzameld stonden op, en met diezelfde glimlach zette zij ze gevuld weer terug. Ed zag niets, hij dronk de melk alleen maar op. Lekker, vond hij de melk. Vooral als de flessen een tijdje in de ijskast hadden gestaan. Op de een-na-onderste plank, net boven de aardbeien, daar was het het koudst.

Aan het eind van de middag ging Ed een blokje om. Een stukje in de buurt, niks te gek. Soms liep hij het park door, bleef hij even stilstaan bij de vijver om naar de eendjes te kijken. Iedere keer weer vergat hij brood mee te nemen voor de beestjes. Al at hij zelf ook graag zijn oude brood op, lekker, met plakjes kaas en aardbeien.

Na dit kleine rondje door de buurt, soms door het park, voelden Ed zijn knieën stram aan. De dokter had hem erop gewezen goed melk te drinken, dit deed Ed dan ook met plezier. Toch bleef de stramheid aan, maar Ed maakte zich er niet druk om.

Nog voordat hij aan de trappen in het trappenhuis begon, gluurde hij in zijn brievenbus. Er zaten allemaal gekleurde ansichtkaarten in, maar ze waren onbeschreven. Ed keek nog eens in zijn brievenbus, maar verder was er geen post gekomen. De kaarten waren mooi, met bloemen, ze leken geschilderd. Al bestuderend liep hij de trap op, langzaam, zich goed steunend aan de leuning. Hij had niemand om de kaarten naar toe te sturen, kon ook niemand bedenken van wie de kaarten zouden zijn.

Bovengekomen zag hij de volle flessen melk staan, maar die kon hij niet met één hand tillen. Hij keek een tijdje naar de flessen en daarna naar de kaarten in zijn hand. De deur van de buurvrouw stond op een kier. Hij liep er heen en hoorde gestommel aan de andere kant van de deur. Buurvrouw buurvrouw zei hij zachtjes. Er gebeurde niets. Hij legde de kaarten net om het hoekje bij de buurvrouw binnen en liep met de volle flessen zijn huis in. De melk moest snel koud worden gezet, dat vond hij het lekkerst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *