De zon wordt snel sterker en de geur van het korstmos en de cipressen mengt met dat van de koffie uit de kleine percolator. Melle ligt nog in zijn tent, bij te slapen van de eerste keer dat hij ook een stuk van de nachtelijke snelwegen mocht rijden. Sybren zit alweer bij de beek. Als je goed luistert, hoor je de geluiden van zijn Nintendo tussen de cicaden door.

Maarten zet zijn campingkrukje vlak voor me neer en veegt zijn warrige, rossige haar uit zijn nek. “Wil je mijn rug even doen?”

Ik leg de krant van gisteren weg en pak de blauwe fles zonnebrand aan. Het gele dopje klikt open en ik knijp de nog koude crème op mijn droge handen. De geur van de zo bekende crème brengt me direct in een draaikolk van warme, door elkaar lopende vakantieherinneringen. Die keer met die camping aan zee toen het zulk slecht weer was dat we met z’n allen de stokken van de tent moesten vasthouden om te zorgen dat hij niet weggeblazen werd. In het huis van de campingbaas was de bliksem ingeslagen en de camping zat de rest van de week zonder stroom, wat vreemd genoeg een soort verbroederende werking op de gasten had. Of de vakantie van het eindeloze vissen, toen Sybren obsessief elke dag aan het meer bleef hengelen zonder ooit iets te vangen. En dat Melle, die nauwelijks geïnteresseerd was in zijn nieuw gekochte hengel, direct beet had. Hij durfde de kleine vis niet aan te raken of dood te maken en heeft de hengel daarna nooit meer aangeraakt, maar het was genoeg om de jonge Sybren zeker drie dagen ondragelijk chagrijnig te maken.

Ik smeer de crème zorgvuldig van schouder naar nek, omhoog over de uitstekende nekwervels naar zijn rommelige haargrens, langs de kaak naar de oren.

Die ene wintersportvakantie die eigenlijk te duur was waardoor we een skipas kochten voor de helft van de dagen en de rest gingen wandelen. Het lekte in het appartement als overdag de sneeuw begon te smelten. Ik was zwanger van Sybren en de vijfjarige Melle ging elke ochtend met tegenzin naar het ski-klasje van een enorme, blonde skileraar, die ondanks zijn goede bedoelingen Melles vertrouwen maar niet won. Of de eerste vakantie met het vliegtuig, naar Griekenland, waar Maarten en Sybren allebei doodziek werden van een ijsje dat ze gedeeld hadden op een terrasje met plastic stoeltjes nadat Sybren woedend was geworden omdat we hem een voetbalshirt hadden beloofd dat nergens meer te vinden was. Het was toen ze in bed samen kruiswoordpuzzels aan het oplossen waren dat Maarten ontdekte dat Sybren veel letters omdraaide en we na de vakantie een dyslexietest voor hem aanvroegen.

Ik masseer de schouderbladen, langs het litteken van de schouderoperatie, over de vele moedervlekken op de ontspannen rugspieren naar de rand van zijn verkleurde zwembroek, die net een beetje te laag zit.

Die zwembroek uit Frankrijk, toen we overhaast vertrokken omdat we ruzie hadden en de auto maar niet ingepakt kregen. Melle was voor het eerst niet mee omdat hij met vrienden op vakantie ging en aan alles merkte je dat Sybren zich vreselijk in de steek gelaten voelde, al zei hij van niet. Het hielp hem niet dat wij de tien uur in de auto ook nauwelijks konden praten van opgekropte irritatie, maar dat werd daarna ruimschoots goedgemaakt door de zon die ononderbroken scheen op de kleine natuurcamping aan de Rhône. Maartens oren verbrandden die vakantie zo erg dat er blaren op kwamen en ze uit gingen staan. Na die vakantie ontdekte hij de Kruidvat en de twee-voor-één deals voor zonnebrand en tandpasta.

“Klaar,” zeg ik, en ik knijp even zachtjes in beide schouders.

“Dank je.”

Hij draait zich om en geeft me een kus die een beetje naar Nivea smaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *