Hij is dood. Ik heb talloze A4-tjes volgeschreven. Het voelde erger dan strafwerk. Onbeschrijfelijk veel erger. Toch bleef ik schrijven. Hij is dood. Hij is dood. Hij is dood. ‘Noem je zoon bij zijn naam,’ zei mijn kraamhulp meer dan twintig jaar geleden. ‘Zijn naam noemen is belangrijk voor de binding.’ Nu moet ik ontbinden.

‘Doe ik morgen, mam.’ Altijd hetzelfde liedje. Charlie zei het zo vaak, ik had het op een T-shirt kunnen laten drukken. Hij vroeg me weleens waarom alles vandaag moest worden gedaan. Als vandaag alles was gedaan, waarom dan nog morgen uit bed komen? Bovendien: een mens wordt tegenwoordig gemiddeld ruim tachtig jaar. Hij had nog zó lang. Zijn houding irriteerde me. We hebben er ruzies over gehad. Geen grote. Wel vaak. Te vaak. Wat zou ik het hem graag nog een keer horen zeggen. ‘Morgen, mam.’

Hij zou vanuit Thailand naar Singapore fietsen. Daarna zag hij het wel. ‘Tegen de tijd dat ik in Singapore ben, heb ik vast iemand leren kennen met wie ik samen optrek. Dan is het zinloos nu al plannen te maken. Misschien gaan we vanuit Singapore naar Australië. Nieuw-Zeeland.’ Hij had zijn schouders opgehaald. ‘Ik heb geld genoeg voor een week of zes. Daarna moet ik werk zoeken.’ Wat voor werk hij zou gaan doen? Hij had zijn ogen groot gemaakt, een diepe zucht ontsnapte uit zijn lichaam dat al sinds zijn puberteit moeite had zijn lengte bij te houden. Net voordat hij twee meter was, stopte de groei even abrupt als hij was begonnen. Ik schat dat Charlie hooguit vijfenzeventig kilo woog. Boven windkracht drie waarschuwde ik hem binnen te blijven. ‘Tuurlijk, mam.’ Kleding kopen was verschrikkelijk. Broeken te kort of te wijd. Zelfs in slim fit shirts verdronk ie. Hij was een skater boy zonder skateboard.

Mijn moeder zei dat Charlie zichzelf ging ontdekken. Maar dat klopte niet. Charlie wist prima hoe hij in elkaar stak. Hij had een redelijk idee in welke richting zijn toekomst zou gaan. Maar daar had hij nog geen trek in. Na zijn studie was hij nauwelijks bezig met het zoeken van een leuke baan. Als ik daarnaar vroeg, klonk niet eens ‘morgen, mam’. ‘Als ik nu ga werken, moet ik nog vijftig jaar. Dat is fucking lang. Denk dat ik nog maar even wacht.’ Ik gaf hem geen ongelijk. Had ik dat maar gedaan. Had ik hem er maar van overtuigd dat er niets mis is met een hypotheek die je onrustige nachten oplevert, met iedere dag veel te vroeg opstaan om vervolgens de trein net voor je neus te zien wegrijden, met collega’s die beschikken over sterkere ellebogen dan jij. Maar ik? Ik knikte. Herkende ik het meisje dat ruim vijfentwintig jaar daarvoor met een enkeltje zuid-Italië en een paar honderd gulden op zak de wereld introk? Het meisje dat giebelend in een zomerjurkje op een te hoge barkruk met haar benen bungelend Bill Clinton haar held noemde en wanhopig probeerde indruk te maken op die relaxte jongen die haar smerige hotelkamer de volgende ochtend vroeg verliet zonder adres of telefoonnummer achter te laten? Dezelfde jongen had zijn genetisch materiaal duidelijk in Charlie achtergelaten. Mijn zoon ging op reis en ik liep met hem mee.

Na wat aandringen reserveerde hij een hostel voor de eerste twee nachten in Kuala Lumpur. Ik noteerde naam en telefoonnummer. Hij zou zijn mobieltje maar eens kwijtraken. Ik maakte alvast een lijstje met belangrijke gegevens. Kopie paspoort? Verzekeringspasje? Hij knikte. ‘Doe ik morgen, mam.’ Ik rolde met mijn ogen. Hij drukte een kus op mijn voorhoofd. En wanneer boekte hij dat vliegticket? Hij lachte. Ik kende het antwoord. Later die week klapte hij zijn laptop open. Het plan was met een Turkse maatschappij naar Istanboel te vliegen en daarna met een Jordaanse maatschappij naar Kuala Lumpur. Hij had een overstaptijd van meer dan tien uur. De namen van de maatschappijen kwamen mij totaal onbekend voor. Ik wees hem op de KLM-vlucht. ‘Ja, doei. Tweehonderdveertig euro duurder. Daar kan ik in Maleisië een week van leven.’ Ik keek mee op het beeldscherm. ‘En die vlucht dan? Die is maar een kleine honderd euro meer. Malaysia Airlines. Dat klinkt toch ook beter.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Vliegen is vliegen, mam. Er zijn tegenwoordig geen onbetrouwbare maatschappijen meer.’ Ik haalde honderd euro uit mijn portemonnee. ‘Boek die andere vlucht. Doe het voor mij. Dan slaap ik de komende tijd stukken beter.’ Hij liet het geld liggen. Dagen later liet hij me het ticket zien. Malaysia Airlines. Vlucht MH17. Met een knipoog. ‘Slaap lekker, mam.’

Hij is dood. Ik kijk naar de bladzijden met de drie woorden die zich herhalen. Hij is dood. Hij is dood. Ik kan ze urenlang opschrijven. Charlie is dood. Díe woorden hangen rond mijn hoofd. Soms dringen ze woedend binnen. Soms laat ik ze even toe. Ze opschrijven lukt nog niet. Ontbinden is hard werken. En ik moet nog zo lang. Morgen, knul. Morgen een nieuwe poging.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *