Het uitzicht met de ondergaande zon weerkaatsend op de gletsjer is majestueus. Een ander woord heeft ze er niet voor. Ze likt de derde envelop dicht. In de brief aan Maurice zal ze dit wereldwonder vastleggen. Maar eerst thee.
Ze vult de ketel met water uit de emmer, steekt het vuur aan en zet een mok klaar. I love Amsterdam. ‘Dan vergeet je niet waar je terug moet komen,’ zei haar zus.
Buiten schept ze verse sneeuw. Meestal rukt de wind aan de deur en moet ze alle zeilen bijzetten om met rechts de deur te bedwingen, terwijl ze met links de schep omkiepert boven de emmer. Vanavond niet. De wind is gaan liggen.
Aan de muur hangt de kalender met in elk vakje een naam gekalkt. Precies tweeëndertig brieven heeft ze te schrijven, elke dag één. Voorlopig een doel, daarna ziet ze wel. Ze heeft de tijd. Ze hoeft nergens heen, er komt niemand op bezoek, ze is alleen.
Met een deken om haar schouders, haar voeten bij de kachel en de mok thee in haar hand, staart ze naar de vlammetjes. ‘Wist je dat de rode vlammen proberen om de gele op te vreten?’ Vader hield van dat soort grapjes. Dat was de reden dat ze van geel was gaan houden. Geel was de underdog.
Ze glimlacht als ze haar karmozijnrode sokken ziet. Op de rechtervoet een zon en op de linkervoet een zon die opkomt in de maan. De vlag van Nepal. Een cadeau van de gids die haar naar de berghut begeleidde. ‘Het kan flink afkoelen ‘s nachts, de berg slaapt het liefst in een vrieskist.’ Hij had gelijk. Ook over de ultrazwarte hemel en het verlangen naar een straaltje licht als ze ’s nachts de weg naar het toiletgebouw moet vinden.

Nepal stond al lang op haar lijst en niemand was verbaasd toen ze aankondigde voor zeker een half jaar te vertrekken naar een verlaten plek in de bergen. Ze deed dat soort dingen vaker. In een ziekenhuis werken in India, een meditatiecursus volgen op Bali, koala’s redden van de bosbranden in Australië. Ze had het allemaal gedaan.
‘Sommigen nemen het leven zoals het komt. Jij niet. Jij stuurt het leven in de richting die jij wil.’ Dat zei haar moeder op de vooravond van haar vertrek.

Misschien had haar moeder gelijk. Maar hier, te midden van de ruige natuur, is er geen stuur. Hier heeft ze geen keuzes. De komende maanden zullen waarschijnlijk een eeuwigheid lijken.
Ze staat op en trekt haar boots aan. De zon is nog niet onder, ze kan best een klein rondje lopen. Buiten drukt de kou zwaar tegen haar huid. IJsnaalden. In het westelijke dal, waar ze een paar dagen geleden een wild schaap spotte, gaat ze op een rots zitten. Het is stil.
Ze trekt haar benen op, zodat haar hoofd op haar knieën kan rusten.
De blokhut ziet er van een afstand gezellig uit. De ramen geven een oranje gloed af, door het vuur van de kachel. Tijd om terug te gaan en nog een kop thee te drinken. Ze glimlacht om haar eigen gedachten. Tijd om terug te gaan? Hier is geen tijd. Hier is de cadans van de natuur.
Ze leunt achterover en kijkt naar de sterren die voorzichtig tevoorschijn komen. Ze was bang dat ze zich zou gaan vervelen, alleen en afgezonderd. Zich doodvervelen. Hoe ironisch.

De uitslag van de punctie was moordend, letterlijk: overal uitzaaiingen, geen kans op genezing. Ten hoogste drie maanden te leven. Ze belde direct haar ouders. ‘Ik ga op reis.’ Er volgde een groot afscheidsfeest.
‘Tot over een half jaar zus.’ De mok met I love Amsterdam.
‘Neem geen Nepalese schoonzoon mee, hè?’ Een omhelzing van haar vader die toch weer tranen in zijn ogen had. Al ging ze maar voor een weekje weg, hij kon slecht afscheid nemen.
‘Hoe weten we wanneer je thuiskomt als je geen internet of bereik hebt?’ Haar bezorgde en altijd praktische moeder.
‘Ik zal jullie schrijven.’
Niemand wist dat ze nooit meer thuis zou komen. Voor haar familie en vrienden was het gewoon weer een avontuur van Amanda. De zoveelste zoektocht naar haar innerlijke zelf. Alleen haar oma had het door. Ze kreeg een klein kneepje in haar bovenarm. ‘Laat me je nog eens goed bekijken,’ zei ze met een glimlach, ‘je bent zo’n dappere meid.’ De penetrante geur van parfum 4711 bleef de hele vliegreis nog in haar neus hangen.

Ze zou nog een brief kunnen schrijven deze avond. Of nog een stukje verder wandelen, naar de gletsjer bijvoorbeeld.
Ach.
Alle tijd van de wereld.
Niemand die op haar wacht.
Niemand die iets van haar verwacht hier.
De sterren twinkelen.
Zij twinkelt terug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *